Kleine pimpernel is een sierlijke, inheemse vaste plant die zowel ecologisch als culinair een absolute topper is. Boven het prachtige, geveerde bladrozet verschijnen in de voorzomer fijne stengels met karakteristieke, bolvormige groen-rode bloemhoofdjes. Het frisse blad heeft een verrassende, dorstlessende smaak die sterk aan komkommer doet denken. Een ijzersterke, wintergroene plant voor borders, kruidentuinen en eetbare gazons!
Groei en verzorging
Standplaats: volle zon tot lichte halfschaduw.
Bodem: goed doorlatend, matig droog tot vochtig, bij voorkeur kalk- en schraalrijk.
Hoogte: 20 – 40 cm (bladrozet ca. 15 cm).
Verzorging: zeer onderhoudsarm en droogteresistent. Knip bloemstengels eventueel weg om de aanmaak van malse verse blaadjes te stimuleren.
Winterhard: ja, zeer goed winterhard en wintergroen.
De plant vormt een nette, compacte pol en kan het hele jaar door vers geoogst worden.
Ecologische waarde
Kleine pimpernel is een belangrijke inheemse plant voor de biodiversiteit. De bloemhoofdjes trekken diverse soorten wilde bijen, zweefvliegen en kevers aan. Tevens dient de plant als waardplant voor onder meer het zeldzame pimpernelblauwtje en de aardbeivlinder.
Eetbare plant & medicinaal gebruik
Ja — het verse blad is een heerlijke smaakmaker!
Belangrijke details over het gebruik van Kleine pimpernel:
Smaak en gebruik:
Culinair: Het jonge blad heeft een frisse, nootachtige smaak met een duidelijke komkommertoon. Erg lekker in salades, kruidenboter, tzatziki, roomkaas, koude soepen (zoals gazpacho) en zomerse dranken.
Bereidingstip: Voeg het blad bij voorkeur rauw toe en kook het niet mee om het frisse aroma te behouden.
Medicinaal: Van oudsher bekend om haar licht bloedstelpende en spijsverteringsbevorderende eigenschappen.
Oogst: Pluk de jonge, malse blaadjes naar behoefte. Dankzij de wintergroene eigenschap kun je zelfs in de winter vers blad plukken!

